WEGWIJZER

naar informatie
over bestuivers
Bijen in de tuin: herken de verschillende soorten

Bijen in de tuin, hoe herken je ze?Begin april was er weer de Nationale Bijentelling. Ruim 10.500 mensen namen deel en telden bij elkaar ruim 136.000 bijen. Maar welke van de ongeveer 360 Nederlandse bijensoorten zijn het meest waarschijnlijk om aan te treffen in je tuin? Hoe onderscheid je ze van elkaar? En hoe zorg je ervoor dat ze in jouw tuin komen? We geven je graag het antwoord op deze vragen!

Uit de resultaten van de bijentelling van dit jaar blijkt dat de volgende soorten het meest werden gezien:

  • honingbij
  • rosse metselbij
  • gehoorde metselbij
  • sachembij
  • tuinhommel
  • veldhommel & aardhommel
  • akkerhommel

Bijen in de tuin herkennen

Deze bijensoorten komen algemeen voor en werden daarom vaak gezien. Maar een andere reden waarom juist deze soorten vaak werden gerapporteerd, is dat ze vrij gemakkelijk herkenbaar zijn. In werkelijkheid komen er nog diverse andere soorten voor in je tuin. Bekijk voor een overzicht van 24 regelmatige tuingasten bijvoorbeeld eens het artikel van bijenkenner Arie Koster.  Sommige van die soorten zijn echter wat moeilijker op naam te brengen.
Bijen leren herkennen is dus een kunst. Wil je zelf die kunst ook onder de knie krijgen? We helpen je een eindje op weg.

Om te weten welke bijensoort(en) je in je tuin hebt, is het allereerst belangrijk om te weten dat je met een bij te maken hebt. Bijen en zweefvliegen worden namelijk nog weleens met elkaar verward, omdat zweefvliegen door hun beharing sterk op bijen lijken. Maar er zijn twee belangrijke verschillen:

  • bijen hebben 2 paar vleugels, zweefvliegen hebben 1 paar vleugels
  • bijen hebben lange voelsprieten, zweefvliegen hebben korte voelsprieten

Hoe zit dat dan met hommels? Hommels behoren ook tot de bijen. Deze groep kun je echter vrij gemakkelijk herkennen, want ze zijn vaak groter, hebben meer haar op hun lijfje, en hebben vaak een vrij specifiek kleurenpatroon. Op het telformulier van de bijentelling krijgen de hommels dan ook speciale aandacht.

Hoe herken je de verschillende bijen- en hommelsoorten? Hieronder vind je enkele aanwijzingen voor het herkennen van de zeven meest getelde bijensoorten.

Honingbij
Dit is de meest voorkomende bijensoort. Dit komt omdat imkers deze bijensoort gebruiken in hun bijenkasten. De honingbij is met zijn 9-14 mm een vrij grote bij. Hij is donkerbruin gekleurd, vaak met een (gedeeltelijk) oranje achterlijf. Op het achterlijf zijn kenmerkende grijswitte dwarsbandjes te zien.

Rosse metselbij
Ook deze bij wordt vaak gezien. Het is een regelmatige bezoeker van bijenhotels. Het is een breedgebouwde bij van 8-10 mm groot. De kop en het uiteinde van het achterlijf zijn zwart behaard. Het borststuk is lichtbruin gekleurd. De voorste helft van het achterlijf is rossig behaard en de buik is bedekt met een dichte, rode beharing.

Gehoornde metselbij
Deze soort is sterk verwant aan de rosse metselbij en ook een bezoeker van bijenhotels. Oorspronkelijk kwam deze soort voornamelijk meer bij onze zuiderburen voor, maar ook in ons land rukt deze soort nu verder op naar het noorden. Vergeleken met de rosse metselbij is deze soort vaak iets groter (10-15mm) en heeft een wat feller roodbruin gekleurd achterlijf. De naam is afgeleid van de twee gebogen hoorntjes die de vrouwtjes op hun kop dragen. Maar let op: de vrouwtjes van de rosse metselbij hebben deze hoorntjes ook, dus voor het onderscheiden van de twee soorten heb je hier niet zoveel aan.

Gewone sachembij
Deze bijensoort is wat lastiger te herkennen, want er zijn meerdere kleurvarianten.
De vrouwtjes zijn grijsgeel behaard met een zwart behaarde achterlijfspunt óf zwart behaard met oranjerode beharing van de achterpoten. Het mannetje is wel goed te herkennen: hij heeft een heldergele voorzijde van de kop en lange zwarte pluimpjes aan de middenpoten.

Tuinhommel
Deze hommelsoort heeft een zwart behaard borststuk, met aan de voor- en achterzijde een gele band. Het achterlijf is geel behaard aan de voorzijde, zwart op het midden en wit op de punt.

Veldhommel en aardhommel
Deze hommels hebben een zwart behaard borststuk. Aan de voorzijde van dit borststuk zit een gele band. Het achterlijf heeft een gele voorzijde, een zwart middenstuk en een witte punt.

Weidehommel
Ook deze hommelsoort heeft een rode punt op het achterlijf, die wel wat meer naar oranje neigt dan bij de steenhommel. Verder heeft de weidehommel een gele band op de voorzijde van het borststuk en vaak ook op de voorzijde van het achterlijf.

Akkerhommel
De akkerhommel is er in allerlei kleurvarianten. In het westen van Nederland zie je vooral de donkere exemplaren. Deze hebben een oranje behaard borststuk en een oranje achterlijfspunt. Verder zijn ze zwart behaard. De lichte exemplaren, die vooral in het oosten van Nederland voorkomen, zijn overwegend oranje behaard met daarnaast vaak ook witachtige haren aan de zijkant van het borststuk.

Help de bij een handje!

Bijen zijn heel nuttig. Ze bestuiven gewassen en zorgen er op die manier voor dat bijvoorbeeld appels en peren lekker smaken en goed gevormd zijn. Het is dus belangrijk dat wij de bijen een handje helpen, door te zorgen dat ze in onze tuinen goed kunnen overleven. Lees in ons andere blog hoe je een insectenvriendelijke tuin aanlegt.

Benieuwd naar alle andere bijen die in Nederland voorkomen? Bekijk de links op deze pagina.

U bent hier:

De wegwijzer is gemaakt als onderdeel van de Kennisimpuls Bestuivers

© Kennisimpuls bestuivers | Disclaimer | Sitemap
Headerfoto: Osmia caerulescens (Dick Belgers (WUR))
Website door Creating4U