WEGWIJZER

naar informatie
over bestuivers
Een insectenvriendelijke tuin, maak er werk van!

Insectenvriendelijke tuinHet is heerlijk om op een mooie zomeravond in je tuin te zitten, genietend van al het moois dat de natuur te bieden heeft. Als je goed oplet, zie je dat je tuin boordevol leven zit. Er scharrelt van alles over de grond. En bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders vliegen af en aan. Maar hoe zorg er je nou voor dat deze insecten naar jouw tuin komen? En waarom zou je dat eigenlijk moeten willen? In dit blog lees je alles over een insectenvriendelijke tuin!

Insecten kunnen heel nuttig werk verrichten. Zo helpen lieveheersbeestjes, gaasvliegen, sluipwespen en verschillende kevers en wantsen je bijvoorbeeld door het eten van schadelijke bladluizen. Maar ook bijen (zowel honingbijen als solitaire bijensoorten en hommels), zweefvliegen en vlinders zijn heel goed om in je tuin te hebben, omdat zij dienst doen als bestuivers: ze vliegen van bloem naar bloem, waardoor stuifmeelkorrels verspreid worden. Op die manier zorgen bestuivers ervoor dat de kans groter is dat uit bloemen vruchten ontstaan. Bestuivers spelen dus een grote rol in onze voedselketen en daarom is het belangrijk om bestuivers te helpen. En dat kan met een insectenvriendelijke tuin!

Beplanting voor de insectenvriendelijke tuin

Bestuivers zoals bijen en zweefvliegen hebben bloemen nodig. Bloemen bevatten namelijk stuifmeel en nectar, de belangrijkste voedselbronnen van bestuivers. Maar niet alle soorten bestuivers maken gebruik van dezelfde bloemen. Daarom is het een goed idee om veel verschillende soorten bloeiende planten in je tuin te zetten. Die variatie is niet alleen leuk voor jezelf, maar dus ook heel fijn voor de bijen, zweefvliegen en vlinders.
Het beste is om inheemse planten te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de blauwe knoop (Succisa pratensis), de echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi), dopheide (Erica sp.), ooievaarsbek (Geranium sp.) of de heggerank (Bryonia dioica). Maar ook (uitheemse) tuinkruiden zoals rozemarijn, lavendel, munt en salie zijn bij veel bijen geliefd. Er zijn nog veel meer planten geschikt voor bijen en andere bestuivers. Kijk maar eens in dit overzicht.

Je gazon gefaseerd maaien

Heb je een gazon in je tuin? Ook hiermee kun je een perfecte habitat voor bijen creëren. Verreweg de meeste mensen maaien hun gazon zeer regelmatig en volledig. Ze houden ervan als het uit een netjes egale mat Engels raaigras bestaat. Maar voor de bijen is dat zonde! De bloemetjes die van nature vaak in een grasveld voorkomen, zoals klavers, madeliefjes en paardebloemen, behoren nou net tot de toppers onder de bijenplanten. De bijen smullen ervan. En zeg nou zelf, van wat kleur in je gras word jij toch ook gewoon vrolijk! Deze bloemen geef je een kans door je gazon iets minder vaak te maaien. Ga je toch maaien, omdat het gras anders echt te lang wordt, dan is het voor de bijen nuttig om dit gefaseerd te doen. Je maait dan niet in één keer het gehele gazon, maar laat een deel ongemaaid. Dit ongemaaide deel kun je bij een latere maaibeurt (1 tot 3 weken later) alsnog maaien, waarbij je dan weer een ander deel van je gazon ongemaaid laat. Op die manier zorg je dat er na elke maaibeurt voldoende voedselbronnen en schuilmogelijkheden overblijven voor bijen en andere insecten.

Een bijenhotel toevoegen aan je tuin

Een andere manier om meer bijen te trekken, is door een bijenhotel aan je tuin toe te voegen. Een goed gebouwd en geplaatst bijenhotel biedt nestelgelegenheid voor veel verschillende soorten bijen en andere insecten. Er zijn enkele belangrijke aandachtspunten waar je rekening mee moet houden bij het maken en plaatsen van een bijenhotel.

  • De openingen van de gaten in het hout dienen bij voorkeur op het zuiden gericht te zijn. Lukt dat niet, kies dan voor het zuidoosten of zuidwesten.
  • Belangrijk is dat er geen regenwater in kan stromen. Een afdakje is daarom wenselijk.
  • De binnenkant van de geboorde gaten moet zo glad mogelijk zijn, dus gebruik een goede houtboor. Boor het liefst in hardhout, want in zacht hout ontstaan makkelijk splinters en oneffenheden.
  • De diameters van de gaten, maar ook van riet- en bamboestengels, variëren bij voorkeur tussen de 3 en 8 mm. De gaten mogen 8 tot 10 cm diep zijn.
  • Zorg ervoor dat de gaten niet door het hout heen worden geboord en dat de achterzijde dicht is.
  • Stengels van riet, braam, bamboe of dergelijk moeten ook aan de achterzijde dicht worden gemaakt, bijvoorbeeld door ze even in natte leem te dopen of door middel van een propje watten.
  • Vervang bijenhotels op tijd. Na verloop van tijd gaan blokken scheuren, ontstaat schimmel e.d. In de regel gaat een bijenhotel ongeveer twee jaar mee.
  • Plaats een bijenhotel altijd in een voedselrijke omgeving.

Maar goed om te weten: ruim driekwart van de Nederlandse bijensoorten bouwt een nest onder de grond en zal dus geen gebruik kunnen maken van een bijenhotel. Deze soorten kun je aan een nestelplek helpen door hier en daar een stukje bodem onbedekt te laten, met name stukjes bodem die flink veel zonlicht krijgen. Wil je nog meer soorten helpen, zorg dan voor wat reliëf in je tuin: sommige soorten nestelen specifiek in open bodem op een helling. Kijk voor meer tips op deze pagina.

Je leest het: een insectenvriendelijke tuin creëren is niet zo moeilijk, maar wel heel nuttig! Wil je nog meer inspiratie opdoen? Bekijk dan eens de links op deze pagina.

U bent hier:

De wegwijzer is gemaakt als onderdeel van de Kennisimpuls Bestuivers

© Kennisimpuls bestuivers | Disclaimer | Sitemap
Headerfoto: Osmia caerulescens (Dick Belgers (WUR))
Website door Creating4U